Actueel

Om de video te kunnen bekijken hebt U de flash 8 plug-in nodig, klik hier om deze te installeren.

© James Blair / Abigail March, The Moral Brain www.themoralbrain.be

De ziel lezen

Het boek van Richard Verstegen, Scherp-sinnighe Characteren, badineert in een soort ‘geestig conservatisme’. Het doet uitschijnen dat er over van alles een consensus bestaat: de bedrieglijke rust van de burgerman, met zin in een subversieve knipoog. Het zweeft tussen ernst en humor, tussen overdaad en scherpe neiging tot classificeren, tussen moralisme en psychologie. Soms legt hij een verband tussen uiterlijke kenmerken en psychische eigenschappen. Wat kondigt zich hier aan?

Verstegen begint met de merkwaardige verwijzing: ‘Enige van de oude filosofen hebben eertijds hun tijd gebruikt om de deugden en ondeugden te beschrijven, ze hebben deze manieren van afbeelding “karakters” genoemd.’ Verstegen voegt eraan toe dat ze dat met een grote precisie – want zeer visueel – gedaan hebben, zodat ze zelfs de meesters van het penseel overtreffen! Hij schrijft dat op een ogenblik dat net de schilders in de nadagen van Bosch zeer sterk bezig zijn met ‘goed en kwaad’ te verbeelden. Men noemt ze ‘de moraalridders van het penseel’. Of hoe én het woord én het beeld aanzetten om verbanden te leggen tussen uiterlijk en innerlijk: de aloude ambitie om de ziel te kunnen lezen.

Voor de filosoof René Descartes was de tijd aangebroken om fysieke aspecten samen met niet-zichtbare morele en psychologische aspecten te onderzoeken. Waarom konden lichaam en geest, ‘de gehele mens’ niet samen onderzocht worden? Vanaf 1680 probeerde de Fransman Charles le Brun om een systematiek in de menselijke ziel te ontdekken door grote hoeveelheden gezichtsexpressies, lichaamshoudingen en gebarentaal te ‘verzamelen’ en te classificeren. De wenkbrauwen waren het belangrijkste ‘teken’ in het gezicht. Had Descartes niet de hypothese geformuleerd dat de ziel zich in de pijnappelklier bevond, een orgaan precies achter de wenkbrauwen?

Kon men zo niet veel exacter dan de ‘geestige moralist’ Verstegen de mens fysiek en psychisch haarfijn beschrijven en rubriceren? De gelaatskunde deed – opnieuw na de oudheid – zijn intrede. Gerespecteerde en gelauwerde heren als de Nederlander Petrus Camper en wat later de Zwitserse protestant Johann Caspar Lavater bedreven de fysiognomie als dé alomvattende menswetenschap waar men zo lang op gewacht had. Het gelaat werd de spiegel van de ziel! Deze overtuiging zou nog lang aanhangers kennen. Denken we maar aan de negentiende-eeuwse Italiaanse criminoloog Lombroso, die atlassen opstelde van het uitzicht van diverse types misdadigers. De psychiatrie ging op zoek naar de ‘trekken’ van de moreel krankzinnige of psychopaat.

Deze ambitie is nu grotendeels opgeborgen, en in elk geval is het perspectief veranderd. Hedendaags wetenschappelijk onderzoek naar psychopathie bijvoorbeeld, kijkt niet langer naar het gemene gezicht van de psychopaat, maar onderzoekt hoe psychopaten emoties op andermans gezichten aflezen. De Engelse psycholoog James Blair ontdekte recentelijk dat psychopaten minder gevoelig zijn voor angst en verdriet. Toont men aan deze proefpersonen gezichten die geleidelijk overgaan van een neutrale expressie naar één van de zes basisemoties en vraagt men hen om die emotie thuis te wijzen, dan reageren zij minder snel en zijn hun antwoorden minder correct bij het zien van angstige en verdrietige gezichten. De overige emoties vormen geen probleem. Volgens Blair missen deze mensen een Violence Inhibition Mechanism of een sociaal instinct dat agressie tempert. Bij normale mensen werken angst en verdriet als agressieremmende signalen; bij psychopaten gebeurt dit niet, waardoor ze ongevoelig zijn voor het leed dat ze berokkenen.

Tussen Verstegen en Blair zitten vier eeuwen van onderzoek, overtuigingen en praktijken. Gelukkig is er veel veranderd, maar ongetwijfeld komt ook nog veel terug. De mens en zijn ‘karakter’ vormen dan ook een complexe materie!

Patrick Allegaert

Richard Verstegen, Scherp-sinnighe characteren. Oft subtijle beschrijvinghe van de proprieteyten oft eyghendommen van verscheyden persoonen
Antwerpen, Guilliam Lesteens, 1622
Exemplaar: Gent, Universiteitsbibliotheek, Her. 481