Actueel

Verstandig tuinieren

Den verstandigen hovenier, over de twelf maenden van’t jaer vormt het tweede deel van Het vermakelyck landt-leven. Auteur was Petrus Nylandt, naar eigen zeggen ‘medecijnen doctoor’. Het vermakelyck landt-leven was uitdrukkelijk bedoeld als een hoveniershandboek ‘beschrijvende alderhande Prinçelijke en Heerlijke Lust-hoven en Hof-steden, en hoe men deselve, met veelderley uytnemende Boomen, Bloemen en Kruyden, kan beplanten, bezaeijen en verçieren.’ Het boek bevat ook een bijlage met Twee hondert modellen van bloemperken, parterres en loofwerken, doolhoven, boomgaarden en moestuinen, fonteinen, zonnewijzers, enzovoort ‘tot onderrichtinghe voor alle Lief-hebbers en Hoveniers, om Hof-steden en Lust-hoven konstelijck te vercieren.’ Uit onderzoek is gebleken dat die modellen afkomstig zijn uit verschillende Vlaamse, Franse en Duitse bronnen. De doolhoven komen bijvoorbeeld uit het bekende modellenboek van Hans Vredeman de Vries, Hortorum viridariorumque elegantes et multiplices formae (Antwerpen, 1583), de bloemperken zijn afkomstig uit de Nova architectura curiosa van Georg Andreas Böcker (Nürenberg, 1664) en uit Le Thrésor des parterres de l’univers van Daniel Loris (Genève, 1579), terwijl de Franse parterres werden overgenomen uit het Livre de différents desseigns de parterres van Daniel Rabel (Paris, 1630).

Dit soort modellenboeken was in de zestiende en de zeventiende eeuw een belangrijke inspiratiebron bij het ontwerpen van tuinen. Men mag ze gerust vergelijken met de tuintijdschriften en tuinboeken van vandaag. Hoewel het hier om modellen van imaginaire, ideale tuinen ging, mag men aannemen dat ze een goed beeld geven van de Hollandse classicistische tuin in het midden van de zeventiende eeuw. Het gaat niet langer uitsluitend om nutstuinen, maar om tuinen die vooral voor sier en status bedoeld waren. Ze zijn meestal rechthoekig en strak symmetrisch opgebouwd, met een veelvoud van geometrische figuren die tezamen een labyrint van paden en perken vormen. De tuinen hebben meestal een fontein of een ander architecturaal element in het centrum. De invloed van de Italiaanse renaissance en de Franse barok is alomtegenwoordig, maar toch dragen de ontwerpen nog duidelijk de stempel van de omsloten middeleeuwse tuin: de basisindeling van vierkanten en rechthoeken onderling verbonden door paden, het hekwerk en de haagjes, de loofgangen en -priëlen... Die modellen verheffen de tuin echter tot onderwerp van zelfstandige artistieke en ruimtelijke vormgeving die losstaat van utilitaire doeleinden – wat manifest het geval is bij de modellen van Vredeman de Vries en Loris. Daardoor wordt die besloten middeleeuwse tuin getransformeerd tot een architectonische compositie, opgevat als een harmonisch, bijna mathematisch geheel.

Fascinerend om zien is dat ook een aantal hedendaagse kunstenaars op een vergelijkbare manier met tuinen bezig zijn, en soms zelfs teruggrijpen naar die oude modellen. Enkele jaren geleden realiseerde de Duitse kunstenaar Olaf Nicolai in het Parijse park La Courneuve bijvoorbeeld een labyrint van borstels, gebaseerd op een van de modellen uit Le Thrésor des parterres de l’univers van Daniel Loris. Van een heel andere orde zijn de Labyrinth & Pleasure Gardens, een serie lithografieën van de Belgische kunstenaar Jan Vercruysse. Hier geen expliciete verwijzing naar dat verleden, al gebruikt Vercruysse wel de grammatica van dat verleden. Meer zelfs, hij blaast ook de idee van de tuin als hortus ludi uit de renaissance nieuw leven in. De tuin der lusten als profane interpretatie van het paradijs, die plaats biedt aan het spel van de minne, de retoriek, de filosofie, de poëzie… ‘Mijn tuinen zijn contemplatieve tuinen, filosofische tuinen, om in te wandelen, rustig te gaan zitten, wat te praten, te mijmeren, te dromen…’ zegt Vercruysse. Waarmee hij bijna letterlijk herhaalt wat Justus Lipsius vierhonderd jaar geleden schreef in zijn De constantia in publicis malis (‘Over standvastigheid bij algemene rampspoed’): ‘Dit is het ware gebruik en doel van de tuin: rust, afzondering, denken, lezen en schrijven, en dat alles in ontspanning en als het ware spelenderwijs.’

Verstandig tuinieren© Sabam. Jan Vercruysse,
Labyrinth & Pleasure Garden n°23, 2001
De tekeningen van Vercruysse zijn weliswaar niet bedoeld als ‘modellen’, zelfs niet als ‘tuinen’ in de klassieke betekenis van het woord. Het zijn autonome kunstwerken, zo benadrukt hij, ontstaan naar aanleiding van de discussie over de mogelijkheid en de zinvolheid om hedendaagse kunst te plaatsen in parken en op pleinen. Maar de bedoeling was meteen wel om ze op het terrein te realiseren, om die tuinen echt aan te leggen. Een eerste tuin werd in september 2006 geopend in het Duitse Clarholz, een tweede tuin wordt momenteel gerealiseerd in Knokke. Op een ogenblik dat de tuinarchitectuur zich al te vaak beperkt tot het ‘begroenen’ van straten en pleinen en het creëren van pittoreske tafereeltjes, zorgen de poëtische visie van Vercruysse, zijn droom van een mooiere wereld en zijn gevoelige omgang met geschiedenis en traditie, voor een boeiende confrontatie.

Paul Geerts

Petrus Nylandt, Den verstandigen hovenier, over de tvvelf maenden van't jaer, zynde het II. deel van Het vermakelyck landt-leven.
Brussel, Petrus Vleugaert, 1687
Exemplaar: Leuven, Centrale Universiteitsbibliotheek, Tabularium 7A1041/2