Wetenschap

Dit is een merkwaardig en enigszins naïef leerboekje voor vroedvrouwen, opgesteld door de Brugse stadschirurgijn Cornelis Kelderman (1632–1711). Hij schreef het in 1697 als begeleiding van zijn onderwijs aan de Brugse vroedvrouwen. Kelderman verklaarde zozeer vereerd te zijn om als ‘gewoon’ chirurgijn naast de medicinae doctores aangesteld te worden tot professor en examinator van de vroedvrouwen, dat hij het boekje opdroeg aan het stadsbestuur. Wellicht was dat niet meer dan een stijlfiguur, want Kelderman had als chirurg reeds vele voorname functies bekleed.

Het zeer beknopte werkje is opgesteld in vraag- en antwoordstijl, een destijds veel gebruikte vorm voor didactische werkjes. De materie wordt behandeld in 115 vragen, verdeeld over 13 hoofdstukken. Het valt daarbij op hoezeer de hedendaagse verloskundige zich kan vinden in zijn informatie, zolang de vakman het maar over praktische handvaardigheid heeft. Aan zijn beschrijving van het onderzoek van de baarmoederhals bij de bevalling is geen woord af te dingen of toe te voegen. Kelderman beschrijft een zeer correcte techniek van de stuitverlossing, of om de placenta af te halen op het geleide van de navelstreng. De vroedvrouw moet de oogjes van de pasgeborene wassen met warme wijn en nakijken of het kind plast en de anus doorgankelijk is. Kelderman keert zich met gezond verstand tegen enkele misvattingen. Hij verzet zich tegen de gewoonte om de navelstreng leeg te strijken naar het kind toe. Het bloed dat zo naar de baby wordt toegestuurd is niet versterkend, en het kan gevaarlijk zijn vermits het klonters bevat. De navelstreng afknippen op een verschillende lengte bij beide geslachten is futiel: de natuur laat de navelstreng bij beide geslachten immers op dezelfde wijze afvallen.

Maar deze bewijzen van praktisch vakmanschap staan in fel contrast met het voorwoord. Wellicht om te tonen dat zijn geleerdheid niet voor die van de doctores medicinae moet onderdoen, geeft de auteur er een dorre en wijdlopige uiteenzetting over de ontwikkeling van de foetus – berustend op een geheel uit de context gerukt fragment van Descartes’ Tractaat over de dioptrie!

Het zou Kelderman, die in 1710 ontslag nam en in 1711 stierf, wel zeer gevleid hebben te weten dat zijn boekje meerdere drukken zou kennen, en tot het einde van de achttiende eeuw zou opgenomen blijven in bundels met didactische literatuur voor vroedvrouwen. En er is meer. Het exemplaar van Keldermans werkje dat in mijn handen kwam, werd rond 1970 aan mijn tante cadeau gedaan door een oude Brugse volksvrouw. Ze had vernomen dat ik geneeskunde studeerde, en stond dit kleinood af met de woorden ‘dat het haar neve nog van passe ging komen.’ Een mooi bewijs dat Keldermans boekje in de Brugse volkswijken – waar een dokter of een erkende vroedvrouw dure personen waren – nog tot diep in de twintigste eeuw gold als een kostbare bron van verloskundige wijsheid.

Paul Defoort

Lit.: A. Van Den Bon, Het achthonderd jaar oude Sint-Janshospitaal van de stad Brugge, Brugge, 1974; C. Kelderman, Onderwijs voor alle vroed-vrouwen, raeckende hun ampt ende plicht. Eerste editie, Brugge 1697. Re-editie, met inleiding door P. Boeynaems, Alphen, 1981; P. Defoort, ‘Cornelis Kelderman. An obstetrician with kudos in 17th-century Bruges’, in: E. Fierens, J.P. Tricot,

Th. Appelboom, M. Thiery, Proceedings of the XXXIInd International Congress on the History of Medicine, Antwerp, 3–7 September 1990  (Brussel, 1991), pp. 951-956.

Cornelis Kelderman, Onder-wys voor alle vroed-vrouwen, raeckende hun ampt ende plicht
Brugge, Ignatius van Pee, 1697
Exemplaar: Brugge, Openbare Bibliotheek, CDM 4