Wetenschap

Als we de informatie op het titelblad van Het Brabandts Nachtegaelken mogen geloven, dan was dit liedboek in 1650 maar liefst aan zijn tiende druk toe. Kende dit boek echt zo’n groot succes, of hebben we te maken met een slimme uitgever die niet om een publiciteitsstunt verlegen zat en de verkoop van zijn boek wilde stimuleren door het als bestseller aan te prijzen? Rekening houdend met de jaren waarin drukker Jan II Mommaert werkzaam was, is het niet ondenkbaar dat deze editie werkelijk de tiende druk is van het Nachtegaelken. Maar sluitend bewijs is er niet: van de negen drukken die voor 1650 zouden zijn verschenen, bleef geen enkel exemplaar bewaard. Tiende druk of niet, het staat vast dat deze verzamelbundel met wereldlijke liederen uitermate populair was. In de tweede helft van de zeventiende eeuw en zelfs nog in de achttiende eeuw zouden er herdrukken van blijven verschijnen, zowel in Brussel als in Antwerpen. Het liedrepertoire dat naast eigen werk van Jan II Mommaert onder meer vroeg-zeventiende-eeuws materiaal bevat van G.A. Bredero, Jan Jansz. Starter en Jan IJsermans, zou doorheen de jaren slechts weinig wijzigingen ondergaan. Alleen de editie uit 1654, met veel meer liederen dan de andere edities, vormt hierop een uitzondering.

De lange drukgeschiedenis van het Nachtegaelken staat in schril contrast met het zeer geringe aantal bewaarde exemplaren ervan. Van de editie uit 1650 is slechts één volledig exemplaar overgeleverd; ook van andere wereldlijke liedboeken zijn er weinig overgebleven. Dergelijke liedboeken in klein formaat waren dan ook gebruiksboeken, en wel voor een heel specifiek publiek van mannen en vrouwen op huwbare leeftijd: verliefd en op zoek naar een geschikte huwelijkspartner. Deze jongelui zongen vaak samen, met of zonder instrumentale begeleiding. Ze deden dit niet zomaar als een vrijblijvende vorm van ontspanning, maar hadden daarbij een hoger doel voor ogen: het huwelijk. De liederen en leesverzen in de liedboeken boden een combinatie van verhaal en moraal. Ze hielden de verliefde jeugd een moraliserende spiegel voor van wenselijk gedrag tussen man en vrouw, én ze waarschuwden de lezer voor ongewenst gedrag en de consequenties ervan. Om jonge minnaars de weg te wijzen in ‘Venus-school’ maakten lieddichters gebruik van verschillende literaire registers, die vorm kregen in tal van liedgenres zoals bijvoorbeeld minne-, herders- en kluchtliederen.

Opvoeding en vermaak gaan hand in hand in zeventiende-eeuwse liedboeken zoals Het Brabandts Nachtegaelken. Hoewel de didactische waarde van sommige liederen soms ver te zoeken is, weten handige lieddichters zich daar perfect tegen in te dekken:

Soo verr’ dat hier oft daer,, ô Nederlandtsche Maeghden,

Wat geyls te vinden waer,, ’t welck u niet wel-behaeghden;

Volgt hier in’t Bieken naer,, ’t welck in het vinnig kruyt

Laet de venijnen; maer,, suyght daer den honingh uyt.

Kipt dan, ô teere Jeught,, uyt dese Minne-dichten

Alleen het welck tot deught,, kann uwe sinnen stichten.

(Het Brabandts Nachtegaelken 1650, fol. A3V.)

Maartje De Wilde

Lit.: P. De Keyser, ‘Wat Oud-Brussel zong in de XVII eeuw. Uit “Het Brabands Nachtegaelken” van Joan Mommaert’, in: Album Prof. Dr. Paul de Keyser, de jubilaris aangeboden bij zijn zestigste verjaardag (Wetteren, 1951), pp. 95-119; E.K. Grootes, ‘Het jeugdig publiek van de “nieuwe liedboeken” in het eerste kwart van de zeventiende eeuw’, in: E.K. Grootes (aut.); M. Spies & J. Jansen (red.), Visie in veelvoud. Opstellen van prof. dr. E.K. Grootes over zeventiende-eeuwse letterkunde (Amsterdam, 1996), pp. 29-42; L.P. Grijp, ‘Muziek en literatuur in de Gouden Eeuw’, in: L.P. Grijp (red.), Een muziekgeschiedenis der Nederlanden (Amsterdam, 2001), pp. 245-253.

Het Brabandts Nachtegaelken, Met zijn Driederley Gesangh, Te weten, Minne-liedekens, Herders-sangen, ende Boertigheden. Vyt der muyten in 't licht gebracht tot lust der Iuffrouwen, ende in desen thiensten Druck vermeerdert door J.M.
Brussel, Jan II Mommaert, 1650
Exemplaar: Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, II 25971 A (RP)