Wetenschap

Op één juni 1715 vertrok Pierre Gaudron, een welgestelde Fransman, met de koets van Parijs op een plezierreis door de Nederlanden en Engeland. Onderweg tekende hij minutieus zijn ervaringen op in een dagboek: monumenten en bezienswaardigheden die hij zag, culinaire revelaties, het mondaine amusement van theater, dans en opera. Gaudrons handgeschreven Memoire du voyage de Hollande et d’Angleterre que j’ay fait cette année bevindt zich nu in de Antwerpse Stadsbibliotheek (onder nummer B 271719 [C2-562e]). In Brussel trekt maen qui pisse zijn aandacht, net als het sierlijke gotische stadhuis of het statige warandepark. Gaudron houdt slechts kort halte in Mechelen en gaat zich vervolgens vergapen aan de rijke Antwerpse kunstschatten en het beroemde Rubenshuis, waarna hij nog een tourtje over de Meir maakt. Na een vluchtige blik op de Gentse Vrijdagmarkt reist hij door naar Brugge om er de Heilige Bloedkapel, het belfort en de Bourgondische praalgraven te bewonderen. Oostende is de laatste grote Vlaamse stad die hij op zijn reis door de Nederlanden bezoekt.

Reisroute van Pierre Gaudron door de Nederlanden (1715)Reisroute van de Franse reiziger Pierre Gaudron door de Nederlanden (1715).
© Gerrit Verhoeven
Wie in de zeventiende of achttiende eeuw over voldoende vrije tijd en geld beschikte, kon net als Gaudron enkele korte plezierreisjes of een langere Grand Tour ondernemen, naar absolute topbestemmingen als Italië en Frankrijk maar evengoed naar regio’s met minder renommee zoals het Duitse Rijk, Engeland of de Nederlanden. Sinds de late zestiende eeuw verschenen er voor deze groeiende groep toeristen avant la lettre alsmaar meer handzame reisgidsjes. Als antwoord op de toenemende vraag bracht de Brusselse uitgever Franciscus Foppens in 1697 de Délices des Païs-Bas op de markt, een ampele reisgids die de steden, monumenten en bezienswaardigheden in detail beschreef. (Het getoonde boek, Histoire generale des Pais-Bas, is één van de vele latere herdrukken. Het dateert uit 1753; hier en daar is de tekst een beetje bijgewerkt.) Naast enkele andere reisboekjes was het precies dit boek dat Gaudron ter hand nam om zijn Nederlandse reis in goede banen te leiden.

Wanneer men de Délices vluchtig doorbladert, springen al meteen enkele grote overeenkomsten, maar ook sterke verschillen met onze moderne reisgidsjes in het oog. In Foppens’ reisboek ontbreekt elke praktische aanwijzing over koetsen die je van de ene naar de andere stad kan nemen of over herbergen waar je de nacht kan doorbrengen. Omwille van de beperkte ‘houdbaarheid’ van dit soort gegevens werden ze wellicht geschrapt. Opmerkelijk zijn ook de wijdlopige beschrijvingen van de geschiedenis van een stad en haar bestuursvorm, een categorie die beantwoordde aan het educatieve ideaal van vroegmodern toerisme. Wie in de zeventiende eeuw wilde reizen, zo luidde het credo, moest zich een gedegen historische en politieke kennis eigen maken, die in een latere ambtelijke carrière van nut kon zijn.

Precies deze ietwat droge passages over geschiedenis en lokale instituties ontleent Gaudron volledig aan zijn reisgids, waarna hij zich in zijn reisdagboek ten volle kan uitleven in meer persoonlijke notities over bontgekleurde wandtapijten, barok beeldhouwwerk, luxueuze paleizen, wilde volksfeesten of aparte zeden. Daarom oefenen de Délices ook een sterke invloed uit op de wijze waarop Gaudron naar het verleden van de Nederlanden kijkt. Keer op keer beschrijft de Franse reiziger belegeringen, bloedige veldslagen en smadelijke nederlagen in een dramatische stijl die hij rechtstreeks aan de historische evocatie van Foppens’ reisboek ontleent. Maar de Fransman staat vaak ook erg kritisch ten opzichte van zijn reisgids. Meermaals vergelijkt hij de mooie afbeeldingen van gebouwen in zijn reisgids met de realiteit en constateert hij met pijnlijke precisie de kleinste vergissingen of afwijkingen. Gaudron verschilt ook vaak van mening met de Délices waar het om schoonheid en esthetiek gaat. Terwijl zijn reisgids de Brusselse warande als uiterst charmant voorstelt, vindt de Fransman het park beneden verwachting. Karakterschetsen over de lokale bevolking vult Gaudron aan met persoonlijke ervaringen. Zijn pikant relaas over het ietwat vreemde Brusselse volksfeest van 19 januari, waarbij vrouwen hun man uitkleden en naar bed dragen, reikt nog enkele bijkomende details aan die hij niet in zijn reisgidsjes aantrof.

Gerrit Verhoeven

Lit.: A. Frank-van Westrienen, De groote tour. Tekeningen van de educatiereis der Nederlanders in de zeventiende eeuw, Amsterdam, 1983; J. Towner, ‘The Grand Tour. A Key Phase in the History of Tourism’, in: Annals of Tourism Research, 12 (1985), pp. 297-333; E. Stols, ‘De Oostenrijkse Nederlanden in de kijker van de buitenlanders’, in: H. Hasquin (red.), Oostenrijks België (1713–1794). De Zuidelijke Nederlanden onder de Oostenrijkse Habsburgers (Gent, 1987), pp. 505-532.

Joannes Baptista I Christyn, Histoire generale des Pais-Bas, contenant la description des XVII. provinces
Brussel, weduwe van Franciscus II Foppens, 1753
Exemplaar: Brussel, Bibliotheca Wittockiana