Actueel
Om de video te kunnen bekijken hebt U de flash 8 plug-in nodig, klik hier om deze te installeren.
© De leerlingen van het Antwerpse Sint-Lievenscollege.
Klas 5B: Jeroen Deraeve, Nick De Vlaminck, Elise Hendrickx, Simon Stoffels, Robbe Van Lier, Hannah Muylle en Sophie Van Raemdonck. Klas 5C: Sophia Barhdadi, Caroline Cazaerck, Laura Corbett, Hanne De Mey, Josephine Foubert, Merel Hendrickx, Elise Gacoms, Caroline Rombouts, Wenke Smets, Kristof Van Ael, Thomas Van Damme, Matthias Van den Eynde, Hanne Van den Keybus, Nele Van Esbroeck, Sanne Verbeeck en Raf Verbruggen.
Passie op de schoolbanken
Het Sint-Lievenscollege is een school midden in het centrum van Antwerpen. Dat het dan ook nauw betrokken is bij het Antwerpse culturele leven ligt voor de hand. Maar dat dit ook vaak verloopt via de vakken klassieke talen is misschien wel verwonderlijk.
Toch is het er al bijna een traditie. Enkele jaren geleden vertaalden de zesdejaars een selectie gedichten van de Antwerpse schrijver Hugo Matthijsen, alias Joe Roxy, in het Latijn. Dat resulteerde in Hugo Matthijsen goes classic, een mooie bibliofiele uitgave, genummerd en gesigneerd door Hugo Matthijsen. Het volgende jaar kozen we volledig voor het thema Antwerpen. We vertaalden een aantal teksten over Antwerpen van Stef Bos, Herman de Coninck, Bart Moeyaert, Tom Lanoye, Hugo Claus, Wannes Van de Velde, en Paul van Ostaijen. Ze werden gebundeld in een kartonnen doosje, als verwijzing naar het werk van de toenmalige stadsdichter Lanoye, en kregen de titel Carmina Urbana. Schrijvers met een hart voor Antwerpen. Ze werden gesigneerd door Wannes Van de Velde. In 2005 vertaalden we poëzie van Ramsey Nasr, die toen stadsdichter was. Geïllustreerd met eigen foto’s kreeg het boekje de titel Nil novi sub sole en werd het gesigneerd door Ramsey Nasr zelf.
© De leerlingen van het Antwerpse Sint-Lievenscollege.
Maar dit schooljaar was de uitdaging heel anders: we werden gevraagd
om een creatieve bijdrage te brengen bij een zeventiende-eeuws Latijns
schoolboek. Enerzijds een opdracht, anderzijds alle vrijheid. Niet van
een Nederlandse tekst naar het Latijn, maar omgekeerd. We kozen voor een
uitgave van het vierde boek van de Aeneis van Vergilius, een Antwerpse
druk uit 1640. Hierin wordt het verhaal verteld van Dido, een Carthaagse
koningin, die verliefd wordt op de Trojaanse prins Aeneas. Door een tussenkomst
van de goden komt er abrupt een einde aan hun romance. Aeneas moet kiezen
tussen zijn plicht tegenover de goden en zijn liefde voor Dido, zijn persoonlijk
geluk. Hij besluit te gehoorzamen en dus te vertrekken. Zo is hij de oorzaak
van haar wanhoop, die resulteert in zelfmoord.
© De leerlingen van het Antwerpse Sint-Lievenscollege.Hoe staan leerlingen van de eenentwintigste eeuw tegenover dit oude
liefdesverhaal? Hoever gaan ze mee in de verscheurende keuze die Aeneas
moest maken? Sommige leerlingen beschouwden het als een melig liefdesdrama
en maakten een zeemzoet gedicht, anderen zagen het eerder als een sprookje
over prinsen en prinsessen en maakten er een kinderboek van. Maar het
hoefde niet bij tekst te blijven. Er kwam ook een mozaïek en een
collage die hun gevoelens vertolkte. Twee groepjes kozen resoluut voor
een hedendaagse aanpak: Dido en Aeneas in onze maatschappij.
© De leerlingen van het Antwerpse Sint-Lievenscollege. Het liefdesdrama veranderde niet. De
fotostrip is gesitueerd in het studentenmilieu, het
filmpje is een aflevering van het televisieprogramma Blind Date.
Hier heeft Dido een ‘blind date’ met de mannen uit haar leven:
Iarbas, de nomadenkoning, die ze in het originele verhaal had afgewezen
omwille van haar belofte van trouw aan Sychaeus, haar overleden echtgenoot,
en dan natuurlijk ook Aeneas, haar nieuwe en grote liefde. Lijkt de antieke
oudheid ver zoek? Wel neen, op die manier worden de oude verhalen terug
levend en blijven ze geen dode materie. In de zeventiende eeuw heeft een
leerling zich bezig gehouden met tekeningetjes te maken in de blanco ruimte
van zijn schoolboek, en dat doen leerlingen van nu ongetwijfeld ook nog,
maar onze leerlingen van de vijfde Latijnse gingen een stapje verder.
Misschien was dat in de zeventiende eeuw ook zo, maar wat niet bewaard
bleef, kunnen we niet meer achterhalen!
Hilde Struyf, lerares klassieke talen
Publius Vergilius Maro, Æneidos liber IV.
Antwerpen, Hieronymus II Verdussen, 1640
Exemplaar: Antwerpen, Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, C 55481
